Lacans Imaginaire, Symbolische en Realen dimensie
Updated: May 3
Franse psychoanalyst Jacques Lacan is een grote inspiratie geweest voor deze methode, en dan vooral zijn theorieën over de zogeheten ‘Borromese knoop van het Imaginaire, het Symbolische en het Realen’. Een Borromese knoop is een knoop die zo geordend is dat als één ring wordt verbroken, de hele knoop direct uiteenvalt. Lacan benadrukt hiermee dat deze drie dimensies wederzijds afhankelijk zijn van elkaar. Samen vormen ze het geheel van 'psychische subjectiviteit' waarop Lacaniaanse psychoanalyse is gebaseerd – wat bijvoorbeeld zeer relevant is om te begrijpen wanneer je wel en niet goed naar iemand luistert.
De imaginaire dimensie gaat over alles wat je je inbeeldt – ‘imagine’. Bepaalde kernonderdelen van psychoanalyse, zoals de ‘overdracht’, de ‘ego’ en fantasieën, opereren allemaal in deze dimensie. Dit wil niet zeggen dat deze dimensie puur over illusies gaat, want het is nog steeds een werkelijk en fundamenteel onderdeel van hoe wij ons tot anderen verhouden.
De symbolische dimensie is niet gebaseerd op beeld, maar op taal. Het verwijst naar normen, regels, instellingen, tradities, enzovoort, van culturen en samenlevingen – de sociale zaken dus – die tot stand zijn gekomen door een taalkundige structuur. Waar de imaginaire dimensie subjectief is, is de symbolische dimensie eerder intersubjectief. Het is een collectieve structuur, gebaseerd op taal, waarin je vanaf je geboorte bent gegooid en die maakt dat mensen zich op basis van een gemeenschappelijke orde tot elkaar kunnen verhouden.
Dan de realen-dimensie, die is het meest ingewikkeld om uit te leggen. De realen omvat hetgeen dat mensen niet kunnen inbeelden of uitdrukken in taal, maar dat nog steeds is. Het is iets dat onze menselijke realiteit ontglipt. Het zit in de gaten, scheuren, tegenstellingen en afwezigheid van onze realiteit, maar vergis je niet: de realen is een volheid die zélf geen gaten, scheuren, enzovoort belichaamt. Het is namelijk alleen maar, en deze vorm van zijn kan alleen een absolute volheid zijn (iets wat is kan hier niet bestaan uit iets dat niet is).
Misschien voel je het al aankomen: als je een gesprek wil voeren met iemand waarbij jullie allebei op een vergelijkbaar niveau zitten met wat je bedoelt, moet je dat doen binnen de symbolische dimensie. Over de realen hoeven we niet eens te beginnen, want dat kun je niet in taal uitdrukken, en de imaginaire is volledig subjectief, dus daar heb je dan ook niets aan. Vandaar dat zowel psychoanalytici als Filosofisch Practici allen trachten zeer nauwkeurig naar de woorden te luisteren die de ander hen vertelt, zodat er geluisterd kan worden wat iemand letterlijk zegt.
Lees hier meer over hoe het vermijden van de imaginaire dimensie in de praktijk eruit ziet.
Lees hier meer over overeenkomsten en verschillen tussen psychoanalyse en filosofische gesprekken.